Maat nemen

 

Maatkleding houdt in dat de kleding wordt gemaakt op jouw maten, zodat het altijd goed zit. 

Bij voorkeur wordt een afspraak gemaakt om de maten te meten en het ontwerp door te nemen. Mocht het echt niet lukken om af te spreken, dan kun je je maten zelf opnemen en mailen. 

Hiervoor heb je een meetlint nodig en pen en papier. 

 

Let op je kleding tijdens het meten; zorg dat je nauw aansluitende kleding draagt. Als je over een slobbertrui je bovenwijdte meet, zit er teveel stof tussen je lichaam en je centimeter. Pas ook op met bijgevulde BH's en te strak aangeregen riemen. Dit moet uit tijdens het meten, anders krijg je verkeerde maten en zit je kleding straks te wijd of te strak. De meeste meetlinten hebben aan beide kanten cijfers. Let erop dat je op de juiste kant van het meetlint kijkt bij het opnemen van de maten!

Algemene maten

 

Lichaamslengte

Deze maat weet iedereen van zichzelf. Hoe lang ben je?

 

Bovenwijdte

Sla het meetlint rond je lichaam en meet de wijdte over je tepels heen. Trek het meetlint niet strak aan, houdt het losjes over je buste/borstkast zodat het aansluit op je lichaamsvorm.

 

Onderbustewijdte

Dit is de wijdte net onder je borstwelving. Meet ook deze maat rondom.

 

Taillewijdte

Sla het meetlint rond je middel, over je navel heen, en adem in, zoals je altijd inademt. Na twee ademhalingen kun je de gemeten afstand bekijken. Dit zorgt ervoor dat de kleding niet te strak wordt en dat je er gewoon in kunt ademen. Altijd handig...

 

Heupwijdte

Deze maat kun je het beste voor de spiegel meten. Sla het meetlint om het breedste deel van je heupen of billen. Trek het niet strak aan, maar let wel op dat het lint niet over je billen heen valt. Het meetlint moet horizontaal om je lichaam heen zitten bij het meten.

 

Beenlengte of Zijlengte

Voor deze afstand zet je je handen in je zij. Zo kun je je taille vinden. Waar je hand net lag, zet je nu het uiteinde van je meetlint. De rest laat je langs je been op de grond vallen. Dit stuk is lastig en kan je het beste doen met hulp; Meet de afstand van je taille naar de grond. Zorg dat je hierbij niet voorover buigt om (mee) te kijken, anders is je taille lager dan wanneer je rechtop zou staan en heb je een verkeerde maat. 

Mouwen

 

Bovenarmwijdte

Hiervoor meet je je bovenarm rondom.

 

Handwijdte

Meet rondom hoe breed je hand is over je duim heen. Deze afstand is nodig om te zorgen dat je hand door de mouw kan.

 

Mouwlengte

Deze maat is een beetje lastig om bij jezelf te meten. 

Let het uiteinde van het meetlint bovenop je schouder, op de plek waar de naad van je mouw zou zitten. Buig je arm in een rechte hoek en sla het meetlint langs de buitenste hoek van je elleboog, naar je hand. De mouw moet eindigen op de rug van je hand, dus meet de afstand, nog steeds met gebogen arm, naar de rug van je hand. Sommige mouwen zijn iets langer, vaak tot je knokkels. 

 

Broeken

 

Zithoogte

Deze maat moet zittend gemeten worden. Neem plaats op een tafel. Dat meet makkelijker dan op een stoel, omdat er geen armleuningen in de weg zitten.

 

Zet je hand weer in je zij en het meetlint weer in je taille. Dit wordt weer een lastig stuk. Zorg dat je in een rechte lijn vanaf de hoogte van je taille naar de tafel meet. Laat het meetlint niet in een bocht om je heupen heen lopen, maar zorg dat hij kaarsrecht naar benenden loopt. Gebruik anders een liniaal i.p.v. het meetlint en let op de juiste hoogte van je taille. Dit betekend ook dat je niet naar de zijkant mag buigen, anders breng je je taille lager bij de tafel doordat je buigt. Zo loop je weer het risico een verkeerde maat te meten.